DE VOLCKAERT SAGA

HOOFDSTUK 1 / deel 10 (slot)

Resumé

In 1854 wordt de ‘Armenwet van kracht. De ‘welgestelde mens ‘ gaat voor de armen zorgen. Dit lijkt sociaal en ís het ook in die tijd ,maar de ‘den werklieden’ moeten er erg hard voor werken. De huren en pachten zorgden voor een goede opbrengst voor de rijken die op hun beurt weer – conform de wet -voor de arme bevolking konden en moesten zorgen.

1860 : Dongen leeft voornamelijk van veeteelt, land- en akkerbouw. Er heerst nog steeds grote armoede. Dongen groeit amper.

Van1870 tot 1880 gaat Dongen mee in de vaart der volkeren. In tien jaar tijd is Dongen gegroeid naar een dorp van bijna 4000 inwoners.De reden is de opkomst van de leerlooierijen.

Velen ‘behoeftigen ‘vinden hier werk maar een schrale boterham.Daarvoor is het nodig om de armenwet te handhaven. Niet alleen vanwege de noodzaak ervan ,maar zeker ook om de macht dáár te houden waar hij volgens de rijken toentertijd thuishoorde: Bij hen dus. Ook de kerk is bang de macht over de zielen te verliezen en zet zich ook dáárom in om de armoe te bestrijden . Het armenbestuur houdt zelfs jaar na jaar een batig saldo over. De strijd der titanen van die tijd dus. Macht wilden men niet delen.

1855 :Pastoor Jacob van Iersel komt naar Dongen en beloofd de armen niet alleen de hemel voor later maar ook een gasthuis.Deze pastoor, Frans van Breughel en Johannes Bressers vormden het eerste bestuur van het gasthuis dat in 1882 bij aanbesteding gegund werd aan en gebouwd door aannemer Koenen en Schellekens in nog geen jaar tijd .Er zijn in de 19e eeuw ,meer bepaald tussen de jaren 1883 en 1891 vier mislukte pogingen gedaan om bij het gasthuis een ziekenhuisfunctie te voegen . Wel werd in 1889 het gasthuis uitgebreid .In 1891 werd toch met succes een ziekenbarak geopend dank zij de volhoudende regenten. Samen met de bouw van de kapel kreeg het gasthuis de bekende en karakteristieke carrévorm.

1883 : De zusters van de congregatie ‘Alles voor Allen’ uit Breda betrekken verpleeg –en bestuursposten in het Dongens gasthuis. Het gasthuis zal dan tot 25 augustus 1971 gerund worden door deze hardwerkende maar vrome nonnen.

Vanaf het begin deed het gasthuis ook dienst als pension voor de meer welgestelde mensen, hetgeen voor extra inkomsten zorgde.

Tijdens de eerste wereldoorlog verpleegd het ziekenhuisgedeelte vooral veel Belgische soldaten en ook na die als ‘Grote Oorlog ‘bekende tijd rendeerde het ziekenhuis een tijdje redelijk tot goed. Pas in de jaren dertig loopt het patiënten aanbod in Dongen terug ter voordele van ziekenhuizen in Breda en Tilburg die beter geoutilleerd waren en ook gesteund werden door de politiek in het algemeen..

Tijdens de tweede wereldoorlog kende het gasthuis in het begin nagenoeg geen last van het geweld ;pas aan het einde ervan ontstond veel schade aan de gebouwen door kanonvuur van V- bommen .In de laatste oorlogsperiode was er gebrek aan bijna alles. Ook de stroomvoorziening of het gebrek eraan verstoorde het leven van patiënten en nonnen danig .

Ondanks dat notaris Vulto had vastgesteld dat er fouten zaten in de eigendomspapieren van de gebouwen van het gasthuis ,werden door de opeenvolgende besturen plannen gemaakt het gasthuis grondig te verbouwen. Het idee van herbouwen won het tenslotte in 1964.

Tussen de vergadering van 18 april 1964 tot aan het moment dat de Volckaert kon worden geopend lagen bijna elf jaar van plannen maken, berekeningen maken, ambtelijke langzaam draaiende molens en vele bestuurswisselingen . Op 13 januari 1975 kon de ‘nieuwe’ Volckaert betrokken worden.

pee

Volgende keer deel 1 van hoofdstuk twee ,waarin we in een aantal afleveringen de geschiedenis herschrijven van het gebouw dat de Dongenaar nog steeds op het netvlies heeft staan en dat Dongen mede op de nationale kaart zette .