DE VOLCKAERT SAGA

HOOFDSTUK 1 / deel 8

Hoogbouw ? da’s niks voor Dongen

Dongen was in rep en roer. Hét praatje van de dag bij de slager en de bakker. Het ‘ nieuwe gasthuis’ was onderwerp van gesprek. De Dongenaren waren voor wat betreft de bouw ervan eensgezind ; het gebouw was te oud en verbeteringen blijven aanbrengen was niet meer om te doen. Wat dat betreft was er geen verschil van mening met de andere helft van de dorpsgenoten incluis het bestuur van huize Elisabeth . Maar een flatgebouw van zeven of acht verdiepingen was toch even schrikken voor de een en wennen voor de ander. Oorspronkelijk werd door de meest progressieve bedenkers een gebouw van minstens acht verdiepingen gepland. Het uiteindelijke resultaat zou een gebouw van zeven verdiepingen zijn. Maar zover was het nog lang niet. Het bestuur van de plaatselijke bejaardenbond was volgens datzelfde bestuur toch wel dé aangewezen deskundige bron om naar te luisteren . Het bijna dwingend schrijven van de voorzitter van de bejaardenbond P. Dingemans naar het bestuur van het gasthuis was behalve pessimistisch op zijn minst niet vlíjend . Letterlijk : “De mensen in Dongen hebben altijd laag gewoond en zullen moeilijk aan iets anders wennen. De bejaarden in de stad zijn hoge flats gewend ,maar onze bejaarden niet. Maar het zal toch wel doorgaan ; wij hebben daar uiteindelijk niets over te zeggen “ . Bestuurslid Jan Verhagen echter was het daar niet helmaal mee eens en trok meermalen feller van leer tegen de plannen. Hij gebruikte daarvoor ook zijn macht als gemeenteraadslid . Jan Verharen – nu nog bij sommige plaatsgenoten een legendarisch figuur – genoot veel vertrouwen, vooral bij de arbeidersklasse in ons dorp. Jarenlang had Jan zich ingezet voor de arbeidersbeweging Er verschenen van zijn hand vele krantenartikelen . Met name het Weekblad Voor Dongen werd een strijdtoneel van vóór en tegenstanders . De strijd der klassen in Dongen werd traditioneel in ere gehouden. In januari 1970 wisselde de huisarts dokter van Dijck van gedachten met enkel belanghebbenden waaronder natuurlijk een aantal bejaarden. Dongen haalde de landelijke pers. In diverse grote kranten werd geciteerd uit het Weekblad Voor Dongen waarin na maanden steggelen in de praatgroep een ‘plan van aanpak ‘werd geplaatst . Voortbordurend op dit krantenartikel werd er een enquête gehouden onder de Dongense bejaarden uitgeschreven door de Diaconese Bejaardenbond. Een greep uit de resultaten liet zien dat 82.5 % verkoos de oude dag in ‘ het eigen huis ‘ te beleven ; slechts 5,5% zag een plaats in de Volckaert wel zitten. Er werden steeds meer oneigenlijke argumenten gebruikt in de strijd tégen en vóór de hoogbouw. Dr van Dijck weerlegde het verweer van de bejaardenbond die een recent onderzoek aanhaalde dat veel naoorlogse flatbewoners last hadden van soms chronische hoofdpijnen . Volgens de dokter had de bond de resultaten van het onderzoek te selectief gelezen ; volgens van Dijck betrof het hier vooral jonge moeders en kinderen die verschijnselen vertoonden van het toentertijd veelbesproken Sick Building Syndroom.

Wel of geen hoogbouw , wel of geen combinatie van verpleeg – en verzorgingsinrichting . De strijd woedde voort.

Het bestuur van het gasthuis kende echter haar eigen verantwoordelijkheid. Gesteund door deskundigen had het stichtingsbestuur zeker goede argumenten om de plannen – hún plannen – door te zetten.

Volgt nog: deel negen van Hoofdstuk 1 van de Volckaert Saga waarmee we het eerste hoofdstuk ook bijna kunnen gaan afsluiten en ons gaan bezighouden met de Volckaert na de bouw ervan. Volgende keer : De bouw.