DE VOLCKAERT SAGA

HOOFDSTUK 1 / deel 5.

DE VOLCKAERT TIJDENS DE OORLOG

De komst van de 20ste eeuw

Het gasthuis deed -eigenlijk al vanaf het begin -ook dienst als pension .De verzorging voor mensen die het zélf konden betalen werd een groeiende bron van inkomsten. Tegenwoordig zou je dit ‘de derde geldstroom ‘ kunnen noemen. Ziekenhuizen en zorginstellingen gaan ‘de markt op ‘en ontdekken nieuwe mogelijkheden om de exploitatie rond te krijgen en slagen er soms in zelfs wat winst te maken. Ook in de eerste jaren van de twintigste eeuw kom dus de handelsgeest van de nonnen met een beetje fantasie vertaald worden als de eerste vorm van marktwerking . Welgestelde mensen moesten vrij diep in de beurs tasten voor een kamer. Sommigen mensen uit de hogere klasse konden zich voor méér geld twee kamers permitteren. De zusters en het bestuur van het gasthuis waren er zich van bewust dat deze vorm van financiering grof in ging tegen de regels en het reglement van de stichting. De congregatienaam ‘Alles voor Allen ‘bleek sterker dan menig herschreven reglement .Zo werd er eerst streng op toegezien dat mannen en vrouwen gescheiden kamers bewoonden . Menselijk gesproken onhoudbaar ,dus werd het reglement weer bijgesteld zodat gehuwden wél op een kamer mochten wonen .

Wat ook in onze 21ste eeuw een vermaledijde bijkomstigheid was bleek ook toen bewaarheid te worden. Het klassenverschil uitte zich niet alleen in het aantal kamers en het geld wat er voor moest worden betaald, ook de verzorging en het eten waren naar rato de beurs van de pensiongasten toelieten.

De oorlogsjaren

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had het Elisabethgasthuis slechts te maken met kleine ongemakken. Zeker, er was gebrek aan zeep, soda , steenkool en verbandmiddelen . Maar de zuinigheid van de nonnen zorgde er voor dat écht nijpende tekorten uitbleven. Door de oorlog kon maar mondjesmaat gebruik worden gemaakt van gas en stroom.

De Duitsers waren uit op koper en andere smeltbare objecten. Zo vertelde Rector Joling dat de vijand door middel van een met name genoemde aannemer de grote bronzen klok uit het torentje had gepikt , ‘dit vuile werkje ‘opgeknapt hadden. De werkelijkheid echter was dat een pastoor uit Eindhoven de klok veilig in handen had en er als een goede herder voor zou zorgen dat de klok met klepel en al na de oorlog zou worden teruggeven aan het Dongense gasthuis.

We lopen de oorlog even door en vermelden hier de voornaamste opvallende gebeurtenissen.

Op 26 april 1943 viel in de boomgaard de staart van een RAF –toestel brandend neer . De rest van het vliegtuig kwam in de buurt van Oosterhout terecht .Er was weinig of geen schade aan het gasthuis. In de winter van 1944 bliezen de Duitsers munitiedepots op in Dongen. Het gevolg voor het gasthuis was ernstig. Er sneuvelde bijna vijftig grote ruiten. In hetzelfde jaar kreeg het gasthuis een paar maanden inkwartiering .Vanaf 25 september was er geen stroom van 11 uur –s ávonds tot 8 uur in de morgen ‘Alles moe(s)t een uur later ingesteld worden ‘gaf de rector als opdracht aan het personeel mee. Sommige ‘in -kwartierders ‘waren lastig volgens de gevonden documenten , anderen gedroegen zich behoorlijk . Na het dorsen van het graan op 17 oktober , waarbij de zusters werden geholpen door de eerwaarde broeders van Overdonk namen de Duitsers het dekzijl mee van de dorsmachine . Ook een pasgeslacht varken namen ze mee. Er waren uit voorzorg drie varkens geslacht plus nog eens drie varkens die -s ‘nachts stiekem geslacht werden .Die konden eerlijk worden verdeeld onder de zieken , de bewoners , de zusters en in dit geval ook de broeders van Overdonk. In het laatste oorlogsjaar werd het gasthuis minder gespaard.Hoe het kon gebeuren is onbekend, maar op 1 januari 1945 brak er in het woongedeelte van Dr. Janssens brand uit . Het vuur ontwikkelde zich snel tot een uitslaande brand. De linkervleugel van het gasthuis brandde helemaal uit ondanks de hulp van de brandweer en vele vrijwilligers. Veel Poolse militairen die in het gasthuis en elders waren ingekwartierd hielpen mee de brand onder controle te krijgen .De schade werd geschat op 39.000 gulden. 1945 bleek verder een rampjaar . Bij vele bombardementen sneuvelde telkens zowat alle ruiten en ook andere schade bleef het gasthuis niet bespaard . De blijheid overheerste echter toen op 5 mei 1945 de traditionele zaterdagse vergadering met een woord van vreugde en vrijheid werd geopend. Nederland was bevrijd !

Deel zes behandeld de periode van de Volckaert van 1945 tot 1964