DE VOLCKAERT SAGA

HOOFDSTUK 1 / deel 7

De afbraak van het gasthuis en de aanloop naar de Volckaert

Het was duidelijk er moest gedacht worden aan de toekomst, een algemene nieuwbouw zou volgens sommigen noodzakelijk blijken als Dongen in de zieken –en bejaardenzorg een rol van betekenis moest blijven spelen. De verbouwingen leidden dan wel tot verbeteringen maar de bezwaren werden talrijk.In een toespraak bij het afscheid van de heer Cloïn als voorzitter van het bestuur in 1977 zei de toenmalige directeur – econoom Van Loon dat het hem al gauw duidelijk werd met welke moeilijkheden de stichting te maken had gehad en dat de moeilijkheden alleen maar groter zouden worden.’ De image van het gasthuis was ronduit slecht’ zo zei hij en verder heerste bij de Dongense bevolking ‘ het algemeen maar onterechte verwijt dat het bestuur van de stichting geen goed beeld had van de toekomst ,geen inzicht had en een gemis aan achtergrondinformatie, waardoor Dongen geen volwaardig ziekenhuis kreeg. ‘. Tijdens diezelfde toespraak werden echter ook spijkers met koppen geslagen want hij voorspelde dat het bestuur met durf en visie een kunststukje zou uithalen .De Volckaert zou geschiedenis gaan schrijven in de Nederlandse verpleeg- en verzorgingssector .

Het bestuur maakte het zich niet gemakkelijk. Het ging namelijk om de bouw van twee grote projecten ; de bouw van een verpleeghuis en een verzorgingshuis en dat impliceerde ook dat er een tweesporenbeleid moest worden aangegaan. De Nederlandse overheid kende namelijk een strikte bureaucratische scheiding tussen de twee gebieden wat weer gevolgen had voor de benodigde geldstroom en vergunningen. Al met al vertraagde de realisering van de Volckaert door dit ambitieuze plan . Toch is het een verdienste van dit doortastende bestuur van de Vockaert geweest dat deze bijna revolutionaire combinatie op het gebied van zorg algemene navolging reeg in het naoorlogse Nederland. Tegenwoordig zijn verpleeghuizen váák verzorgings(bejaarden)huizen . Er zijn overigens voldoende details bekend waarmee het bestuur de tegenwind kreeg. Er is al een boek te schrijven over de hoeveelheid bemoeienissen van diverse instantie die in het Nederland van toen een vinger in de pap hadden . De regels rezen de pan uit en een paar van die regelingen kregen terecht het stempel van verregaande arrogantie. Ik beperk me tot een samenvatting. De Vereniging van Katholieke Verpleeghuizen stelde bijvoorbeeld dat er geen gezamenlijke ingang mocht komen voor de bejaarden en de verpleeg -behoeftige mensen. Het ministerie van Volksgezondheid maakte nog strikter onderscheid tussen de twee doelgroepen en opperde dat er omwille van hun regelgeving toch twee gebouwen zouden moeten gerealiseerd worden. Ook mochten de gebouwen niet achter elkaar worden gebouwd omdat men bang was dat dat de indruk zou wekken dat bejaarden in dat gebouw zouden worden verpleegd. Er zouden namelijk ook jónge patiënten moeten worden opgenomen zoals slachtoffers van verkeersongevallen en het zogenaamde ‘Opbouworgaan van Noord Brabant ‘ vond dat er een klasse -scheiding moest komen . Ook hierover werd uitvoerig gepraat met als conclusie dat de klasse –indeling niet meer paste in ‘de moderne tijd ‘.

Contacten met Oosterhout

Geneesheer- directeur Van Dijck adviseerde het bestuur goede contacten te blijven onderhouden met het St. Jozefziekenhuis in Oosterhout omdat volgens de geneeskundige inspectie de gemeente Oosterhout onder het verzorgingsgebied van het verpleeghuis in Dongen viel. De directie van het ziekenhuis in Oosterhout deelde aan het eind van een lange vergadering met het bestuur van het in de volksmond nog steeds genaamde ‘gasthuis ‘mee dat Oosterhout geen kansen zag om een verpleeghuis in die stad te realiseren op de plaats waar zich toen nog het ziekenhuis bevond. Oosterhout koos later voor samenwerking met Raamsdonksveer en ging over tot nieuwbouw.

De naamgeving

Het ontwerpen van een gebouw voor de combinatie van verpleging en verzorging betekende voor de architecten en grote uitdaging. Regelmatig moesten de plannen voor indeling en voorzieningen worden bijgesteld . De tijd die vrijkwam door het ongewilde uitstel van de plannen door het wachten op vergunningen en toestemmingen van overheidswege werd gebruikt voor druk overleg met de directie en bestuur van ‘gasthuis’ hetgeen vruchten afwierp in de uiteindelijke realisering van de nieuwbouw. Ook een vroegere dwarsligger, de Katholieke Vereniging van Bejaardenhuizen, was zeer geïnteresseerd in het Dongense ‘dubbelproject ‘en bood gerontologische hup aan.

In rustiger vaarwater gekomen kon het bestuur zich bezighouden met de naamgeving van het nieuwe gebouw. Huize Elisabeth was een ‘te lange ‘naam zo kwam men tot de conclusie en als er geen nieuwe naam zou komen bleef de Dongense bevolking uit gewoonte of traditie de naam ‘gasthuis’gebruiken. De bibliothecaris Martin de Ruyter werkte op dat moment aan een geschiedkundig boekje over Dongen. Hij bracht uitkomst in de wirwar aan suggesties over de nieuwe naamgeving . De Ruyter stelde voor om het nieuwe gebouw te noemen naar de middeleeuwse ridder VOLCKAERT die n 1281 werd beleend met goederen onder Dongen. Ook de grond waarop de nieuwbouw zou verijzen behoorde tot zijn belening . Dongen maakte kennis met de nieuwe nu vertouwde naam. De Volckaert was een feit .

PEE

Wat nog volgt:Deel acht tot en met 10 van de Volckaert Saga vormt het slot van Hoofdstuk 1 . Daarna gaat het verhaal verder en behandeld in een aantal delen een periode die veel Dongenaren kennen. Het oude gebouw. In hoofdstuk twee van de VOLCKAERT SAGA