Op deze plaatst kunt u hernieuwd kennismaken met de geschiedenis van de Volckaert Geschreven door Piet Eelants.Deze serie werd eerder gepubliceerd op omroepDongen.nl .Voor het tot stand komen van deze serie danken we de directie van de Volckaert te Dongen namens welke we mochten putten uit de rijke hoeveelheid historische en andere informatie die ons ter beschikking stond , met name mevrouw Annette Lemmens. © Dongenhomespot.nl / Piet Eelants . De serie wordt bewaard in de bijlage ‘VOCKAERT SAGA’ .

DE VOLCKAERT SAGA Hoofdstuk 1 deel 1 Dwingende armoede

In de negentiende eeuw was Nederland vooral een landbouwland. Ook voor Dongen was de veeteelt, de landbouw en in het bijzonder de akkerbouw het voornaamste middel en ook de reden van het bestaan. Anders dan in andere delen van het land kwam in Dongen zo rond 1860 de industrialisatie op gang. Uit pure noodzaak overigens.De veeteelt stagneert om vooral economische redenen . De arme bevolking kan simpel de gestegen prijzen niet meer betalen en zoekt heil in eigen kweek van de nodige groenten .Gedreven door de crisis in de landbouw zoeken veel boeren uit het land andere middelen van bestaan. Door de opkomst van de leerindustrie met name de leerlooierijen is Dongen een van de dorpen in Brabant dat groeit en trekken ook maar weinig autochtone Dongenaren naar grotere steden zoals Breda of Tilburg.

Ondanks de ongeveer drie kwartjes meer inkomen die de van elders gekomen boeren voor hen gezin konden besteden door in de looierijen te gaan werken bleef de armoede stijgen .

Bij wet werd een armoedewet in het leven geroepen . De wet werd uitgevoerd door het door de gemeente ingestelde ‘burgerlijk armenbestuur’ die , zo blijkt uit de bewaard gebleven stukken elk jaar tóch geld overhield uit de door voornamelijk huurpacht van de welgestelden verkregen fondsen. Dongenaren vonden het maar niets om te leven ‘van den arreme’en leefde verder in bittere armoede , meestal wél aanvaard geholpen door kerkelijke instanties die de macht daardoor in Dongen verkregen niet uitbuitten zoals dat indertijd élders wel veel gebeurde door de kerk en haar dienders . De eigenlijke bestrijding van de armoede die toch van het gemeentelijke armenbestuur moest komen werd in diverse jaarverslagen trots omschreven en door mensen die het beter wisten gezien als een soort van gemeentelijke dwaling. Als er een batig saldo was op het einde van het jaar werd dat toegeschreven aan ‘de veelheid van werkgelegenheid die ‘behoeftige ’en ‘den minderen man ‘ , ‘den werkman en ‘den werklieden ‘vonden in de talrijke Dongense schoenfabrieken en looierijen die deze mensen ‘druk werk ‘gaven .Er heerste dus wel degelijk grote armoede hetgeen duidelijk bleek uit de administratie van kerkgenootschappen en de pastoors die rekening hielden met het grote schaamtegevoel van de Dongenaar door de administratie vrijwel anoniem te houden.

De noodzaak om een gasthuis te bouwen werd groter naarmate de bevolking en de armoede groeide .

In het tweede deel van de VOLCKAERT SAGA gaat het verhaal over drie invloedrijke Dongenaren die gezien moeten worden als de grondleggers van de Volckaert zoals we die nu kennen.